Paradansen is een woord dat de relatie tussen mens en dans verandert en in vraag stelt. De essentie van expressie is het lichaam. Klassieke dans heeft altijd al bestaan, heeft canons gedefinieerd, regels die synoniem zijn geworden met beau schoonheid en verleiding. Maar de obsessie met perfectie in de klassieke dans waardeert enkel het mooi gespierde lichaam, dat in staat is om de meest complexe bewegingen uit te voeren. Hedendaagse dans heeft er bewust voor gekozen om tegen deze beperkende opvatting van dans in te gaan.

Bevrijden van het lichaam

Als we bedenken dat alle beweging een vorm van dans is, dan is het logisch om ons af te vragen waarom sommige lichaamsvormen tijdens dansvoorstellingen niet te zien zijn. Waar zijn de ouderen? De echt verzwakte mensen (en niet de atletische lichaamsdansers die deze rollen soms spelen)? Kortom, waar zijn al die mensen die niet voldoen aan de schoonheidscanons van de klassieke dans? Het uitvoeren van live voorstellingen met “andere” mensen is des te belangrijker omdat zij de meerderheid vertegenwoordigen.
Eerdere bevindingen en behoeften hebben geleid tot de creatie van “inclusieve” of “integrerende” dans. Het nieuwe van deze artistieke beweging kan worden samengevat in een eenvoudig idee: iedereen kan en moet dansen! Er is geen bepaald punt in de geschiedenis waarop deze stroming verschijnt. Maar wanneer we proberen de zogenaamde “danshervorming” te dateren, kunnen we het jaar 1991 als datum weerhouden. Dat jaar creëerde de Engelsman Adam Benjamins het concept en gezelschap “Candoco” in zijn land, hij liet iedereen dansen, zonder discriminatie op basis van lichaamsbouw, technische kennis of leeftijd. Dit concept werd overgenomen in andere Europese landen en in Amerika.

Workshops “Mixed ability” en gedecentraliseerde werking

“Integratieve” dans wordt meestal beoefend binnen verenigingen. Elk land heeft verschillende verenigingen, vaak geleid door choreografen, waarvan sommige een opleiding hebben in de zorg voor mensen met beperkte mobiliteit. Het concept van “Paradansen” samenvatten als dans voor gehandicapten is ontoereikend. Iedereen leert immers tijdens deze workshops: mensen met beperkte mobiliteit, maar ook valide mensen.
Voor veel mensen met een handicap is het de eerste keer dat ze in het middelpunt van de belangstelling staan met een activiteit die vaak geassocieerd wordt met de woorden: “beweging”, “harmonie” en “gratie”. Na het enthousiasme om in het spotlicht te staan, ontdekken gehandicapten dat dansen een veeleisende activiteit is, die men niet kan doen zonder opwarming en regelmatige training. De workshops laten valide dansers toe zichzelf in vraag te stellen. Dit gebeurt onvermijdelijk wanneer hen gevraagd wordt om zich in een rolstoel te bewegen. Een persoon die gewoon is zijn benen te gebruiken, moet nu leren om zich voort te bewegen met zijn handen. Sommige choreografen eisen dat valide dansers zich onderdompelen in een handicap door zich in de dagen of maanden voorafgaand aan de voorstelling uitsluitend met een rolstoel voort te bewegen. De valide dansers ontdekken hoe moeilijk het voor een invalide danser is om zich te verplaatsen in een voor valide mensen ontworpen omgeving. De optredens van deze dansgezelschappen worden gepresenteerd tijdens voorstellingen met zowel valide als mindervalide mensen. Doel: het publiek ertoe aanzetten de dingen in vraag te stellen. Een ander objectief is het doorbreken van vooroordelen. Geëmotioneerd worden door een choreografie uitgevoerd door een persoon met een beperking verandert de manier waarop je kijkt naar de volgende persoon met een beperking die je tegenkomt.

Nationale competities en wedstrijden

In alle landen waar verenigingen voor “inclusieve” dans bestaan, worden lokale, regionale en nationale wedstrijden georganiseerd. Doel: het mengen van verschillende benaderingen van dans en ook van invaliditeit. Vaak worden er voor of na de wedstrijden workshops georganiseerd. Deze trainingen stellen dansers met verschillende achtergronden in staat om samen te werken en zich te verrijken door hun verschillen.